Tekenen op Reis | 2016

Geplaatst op 24 mei, 2017 in Perskamer, Portfolio door Alcuin

De studievereniging AnArchi van de TU/e organiseert jaarlijks met hun tekendocent een schetsexcursie. Het bestuur van de vereniging onderkende destijds en onderkend het belang van handschetsen. Het handschetsen is een belangrijke vaardigheid, die in het curriculum van de opleiding niet mag ontbreken. De handschets ligt het dichtst bij de plek waar het idee ontstaat. In dit belang vonden we elkaar en kregen contact. Ik maakte een oriënterend bezoek aan de excursie destijds in Luik en ging mee als begeleider naar Gent (2014). In 2016 ging de excursie naar Brussel. De laatste dag tekenden we op de Vossenmarkt. Brussel is de stad van de strips. Ik maakte een script(je) op basis van een opvallende dame op de markt en tekende een strip.

Het is spannend!
Ze was te vroeg opgestaan en had nog zeker een uur over. Gelukkig hadden ze op de Vossenmarkt afgesproken. Zonder de dingen echt te zien, maakte ze een zwerfronde. Soms toch even geraakt door mooie vintage spullen voor haar nieuwe, nog kale huis, maar zonder intentie wat aan te schaffen.
De zon schijnt. Vanonder haar zonnehoedje houdt ze ook de omgeving in de gaten. De tijd verglijdt langzaam. Ze wacht…

#ToR, #Tekenenopreis, #schetsexcursie

279 ‘Het huis van de buurman… ‘

Geplaatst op 17 juni, 2015 in onderhanden, Perskamer, Portfolio door Alcuin

Le borse più piccole sono le migliori erbe.
Gabriel Meurier (In de kleinste zakjes zitten de fijnste kruiden).

Il Pavone Reale, een vakantie villa in Cario Montenotte (Ligura) is destijds aangelegd als buitenverblijf van een Genuaase familie met een hippisch karakter. Naast het grote huis met een inpandige beheerdersappartement maakten de stallen een belangrijk deel uit van het complex. In 2010 is het huis volledig verbouwd en gerenoveerd en geschikt gemaakt als familiehuis.

Om de stallen op een eenvoudige manier bereikbaar te maken met de paardentrailers is een weg aangelegd. De weg wordt ook gebruikt voor het bereiken van het naast gelegen boerderijen complex. Het complex bestaat uit twee boerderijen. Door het overlijden van de oude bewoners staat het complex nu in zijn geheel te koop.

Een bekend gezegde is ‘het huis van de buurman komt maar een keer te koop’. De eigenaar van Il Pavone Reale overweegt daarom de locatie aan te kopen en zelf in ontwikkeling te nemen. Het gebruik van de weg naar het naastgelegen complex is immers van grote invloed op de beleving en de kwaliteit van zijn vakantievilla, die hij ook verhuurd.

Ik maakte een eerste verkenning en deed een globaal onderzoek (wie? wat? waarom?) en werkte een eerste idee uit. De eerste vervolgstap is het krijgen van draagvlak op de richting van het idee bij de locale overheid.

project: 14-279 ‘Het huis van de buurman… ‘

Opera Mundi

Geplaatst op 9 maart, 2014 in Artikelen, Inspiratie, Levenskunst door Alcuin

opera mundi

 

 

 

 

 

Raak! Het kunstwerk intrigeert en blijft mij bezig houden. Wie is precies de kunstenaar? Wat is de context van het kunstwerk? Op de naam, die de eigenaar van het werk noemde is niets te vinden. Het werk zou onderdeel uitmaken van een serie. De kunstenaar werkt of werkte in Naarden en ergens in Italië. Beperkte informatie… waarom blijf ik zoeken?

De context waarin het werk is aangeschaft, het vertelde verhaal… de verbeelding?
Een ruiterbeeld van een man met een kind op zijn rug… het materiaal van de naïeve kinderlijk verwerkte langoustine(?)… De cynische façade van de man op het paard met zijn welvaartsbuikje?

Als ik de eigenaar informeer over mijn bezig blijven komt ze terug met een folder van een galerie, die zijn werk vertegenwoordigd. Op de website van de galerie (het Cleijne Huijs in Den Haag) vind ik hem. Het werk is blijkbaar al ouder, maar ook in het nieuwe werk komt het ruiterbeeld terug.

In de toelichting verhaalt de kunstenaar over zijn levenshouding; afgekeerd en met veel introspectie. Maakt het werk onderdeel uit te maken van zijn serie “Opera Mundi”; één serie van 364 beelden die de kunstenaar beschouwt als één werkstuk? In die serie staat elke sculptuur voor één dag uit het leven (van Ivan Ivanovitch)… Fragmentarisch…. Losse cultuurfilosofische gedachten.

Haakte ik misschien op het verbeelden van die filosofische gedachten?

SPOREN vinden, zoeken of maken?

Geplaatst op 11th mei, 2013 in Archief, Inspiratie, Portfolio door Alcuin

Uit het archief: Themakrant Open Ateliers ‘95

In een verlaten bergachtig gebied loop ik rond en stuit op een regelmatig, doorlopend vlak gedeelte. Is dit een pad? Jawel, dit moet een pad zijn of anders vroeger geweest zijn, ik zie hier en daar, verscholen onder de begroeiing delen van een wand met gestapelde stenen. Die stenen zijn niet zomaar op elkaar terecht gekomen, ze zijn gestapeld door mensenhanden. Mensen hebben hier ooit een pad gemaakt en hebben om het te beschermen muurtjes van stenen gestapeld.

In zo’n beschrijving zitten op al verschillende aanleidingen die in een verhaal over ‘sporen’ thuishoren. Ik tref iets aan dat op een pad lijkt, kijk nog beter rond en zie de gestapelde muurtjes en neem nu aan dat mijn vermoeden juist was: een pad. Dus aangelegd door mensen. Maar nu komen de vragen. Wie, welke mensen zullen het hebben aangelegd? Wanneer deden ze dat? Waar leidde het heen? Was het alleen geschikt voor voetgangers – herder met zijn kudde – of kon er ook een kar overheen?

Sporen in de meest algemene betekeneis zijn tekens, tekens van aanwezigheid. Scherper: tekens van wat aanwezig geweest is. Sporen treffen we altijd achteraf aan. Sporen worden gemaakt of worden achtergelaten. Maar dat is geen tegenstelling: maken is hier ook achterlaten. Zelfs als we een onderscheid maken tussen bewust sporen aanbrengen en het zonder bedoeling, zonder er op te letten sporen nalaten. Daar kom ik later op terug.

Altijd is er spaken van iets, iemand of in het meervoud ietsen of iemanden die aanwezig geweest zijn, die gepasseerd zijn op een plek. Zo laat een storm zijn sporen na – ‘een spoor van vernielingen’-  maar het zelfde kan gezegd worden van een groep voetbalfans die na een wedstrijd de stad zijn ingetrokken en om het nog breder te maken: volledig omgewoelde paden laten weten dat in dat bosgebied grote groepen wilde zwijnen zijn gepasseerd.

Maar met ‘vernielingen’ wordt het tegelijk in het negatieve getrokken, niet dat dat te vermijden valt, want sporen zijn nu eenmaal van al het gebeuren, van alle aanwezigheid, zowel van het positieve als van het negatieve.

Dat moet ik vasthouden: de aanwezigheid, de passage – dat kan van korte en van lange duur zijn geweest. Ook die duur kan meestal ui die sporen worden afgelezen. Het kan om een enkele individu zijn gegaan en ook om hele beschavingen. ‘Hij of zij’ was daar – zij (dat volk, die groep) waren daar.

Tegelijk zijn sporen nooit volledig – ik bedoel: sporen zijn overblijfsels, er was meer maar dat is verdwenen. Hier speelt de kunst van het ‘aflezen’, de specialisten die genoeg hebben aan sporen om een heel verhaal te vertellen. Of zoals ons werd overgeleverd van bepaalde natuurvolkeren – bijvoorbeeld indianenstammen – die aan de sporen van gepasseerde beesten konden aflezen niet alleen wanneer ze gepasseerd waren, maar ook hoe groot het beest was, of het mannelijk of vrouwelijk was en nog veel meer. Voor hen was het meestal een kwestie van overleven.

Toch maakt die onvolledigheid sporen gewoonlijk raadselachtig, er is een onzekerheid in het spel. Er moet geduid worden, met steeds de mogelijkheid dat men zich vergist.

Sporen van beschavingen

Het is duidelijk dat vele plekken van de nu bewoonde wereld andere beschavingen of culturen gekend hebben die nu verdwenen zijn en dat soms zelfs heel lang en zonder dat er sprake is van een continuïteit met wat nu aanwezig is. Dat geldt voor d meeste continenten – zowel in Klein Azië (Babylon!) Afrika als Latijns-Amerika (Incacultuur!) Maar laat ik een door velen bekend voorbeeld gebruiken – want het gaat om sporen en niet om die cultuur – en stilstaan bij de Stonehenge, de rijen van gigantische, rechtopstaande stenen die ooit een concentrische cirkel hebben gevormd op de Salisbury-vlakte in het Engelse Wiltshire. Waarschijnlijk is het geheel in drie stadia gebouwd, waarvan het eerste teruggaat tot zo’n tweeduizend jaar voor Christus. Hoewel er al heel lang studie gemaakt is van dit stenen monument, weten we er nog maar weinig van : noch welke volken het hebben opgericht, nog de precieze betekenis of functie. Vrijwel zeker moet het een plek geweest zijn waar erediensten werden gehouden en uit de rangschikking valt af te lezen  dat e zon darbij een belangrijke rol speelde, omdat op de ochtend van de zomerzonnewende de zon min of meer  recht achter een soort altaar of zonnesteen boven de horizon opkomt. Dat zou kunnen betekenen dat het om een monument ging met een ingebouwd middel om de tijd te bepalen.

Termen als ‘waarschijnlijk’ of ‘vrijwel zeker’ of ‘zou kunnen’  geven het karakter van sporen aan: de fragmenten vragen om een interpretatie en behalve de hier nu summier aangegeven, zijn er vele andere geweest, maar echt zeker weten is er niet, er blijft een raadselachtigheid.

De Stonehenge vormt een interessant en intrigerend voorbeeld, maar zoals gezegd, is het er een van vele. En elke keer zijn er de vele interpretaties die niet alleen boekdelen spreken, maar ook letterlijk bevatten. Alleen al de literatuur over Stonehenge bevat een goed gevulde boekenplank in de bibliotheek.

Sporen als inspiratiebron

Daarnaast – om een sprong naar het heden te maken – vormt zo’n stenenverzameling als Stonehenge (maar ook vele andere en vergelijkbare) een inspiratiebron voor ‘landschapskunstenaars’. De ‘landmarks’ zoals we die aantreffen in bijvoorbeeld het werk van de kunstenaar Robert Long zijn daar beslist schatplichtig aan. We kennen ‘landart’ kunstwerken aangebracht in polders of riviermondingen, die uit tekens bestaan die hun oriëntatie danken aan de zonsop- en ondergangen. Maar nu gaat het om individuele daden, die niet verder reiken dan dat. Die geen verbinding hebben met een verdergaand ‘religieus’ gevoel van een groep of gemeenschap en dus ook niet gedragen worden door zo’n gemeenschap.

Deze kunstwerken worden gefotografeerd en vervolgens gepubliceerd in kunsttijdschriften – vaak is dat hun enige ‘behoud’, want meestal zijn ze tijdelijk van karakter. De daad die verricht is haalt vaak de krant, maar de krant is al een symbool van tijdelijkheid.

Die tijdelijkheid wordt overigens dikwijls bewust gewild, zoals het inpakken van bruggen en gebouwen (meest recentelijk de Reichstag in Berlijn) door Christo – het mag een paar weken duren en dan moet alles weer verdwijnen, eigenlijk zonder ter plekke een spoor achter te laten.

De vergelijking tussen de aangetroffen sporen als bijvoorbeeld Stonehenge en de aangebrachte (vaak tijdelijke) tekens van Long of Christo doet ons de vraag stellen of in het laatste geval sprake is van sporen in de eigenlijke zin van het begrip. Niet de tijdelijkheid is daarbij het beslissende criterium. Tenslotte wist ook een stevige regenbui ook de sporen van een passerende mens of dier uit: eerder is het de afwezigheid van de verwijzing van de ‘meer-gebeuren’. De betekenis moet in die aangebrachte tekens zelf gevonden worden. Hooguit is er de verwijzing naar hedendaagse kunstopvattingen, maar de vraag is of we daar het begrip ‘sporen’ mee moeten belasten.

Sporen kunnen verdwijnen

Centraal blijft dat sporen met aanwezigheid te maken hebben., dat er iets heeft plaatsgevonden – let wel   p l a a t s – gevonden, altijd is er een plaats of plek bijbetrokken – en dat daar tekens van zijn overgebleven.

Maar zoals zojuist gezegd kunnen sporen verdwijnen, er was meer en dat andere is al verdwenen, slechts de sporen zijn overgebleven en die kunnen dus op hun beurt verdwijnen en dan is iets letterlijk spoorloos verdwenen.

Daarnaast kan er echter ook de bewuste wil bestaan een gebeuren te ontkennen of beter: er voor te zorgen dat men denkt dat het niet heeft plaatsgevonden. De zekerheid dat men altijd sporen nalaat, leidt dan tot de noodzaak die sporen uit te wissen. Hier komen we natuurlijk op het gebied van de m i s –daad, op het terrein van daden die men onzichtbaar wil houden, zodat men kan doen voorkomen dat er niets aan de hand was.

Een van de mooiste, klassieke voorbeelden vinden we in Reinaert de Vos – het  middeleeuwse epos dat door een zekere Willem zou zijn geschreven, daarin wordt gezegd:

‘Doe saghic, eer hi daenen sciet,

Dat hi den steert liet mede gaen

Daer sine voeten hadden gestaen

Ende decke sijn spore metter mouden’.

Een van de opmerkelijkste zaken aan een vos is zijn prachtige staart, maar uit de vroege epos blijkt dat het niet alleen om schoonheid gaat – die staart is heel functioneel. Ze dient oom de sporen uit te wissen, daar waar de voeten hebben gestaan wordt modder (grond dus) overheen geveegd.

Natuurlijk is zoals in de meeste dierenverhalen het dier symbolisch gebruikt voor de mens: ook mensen kunnen er behoefte aan hebben hun sporen uit te wissen. Wat dan vervolgens weer leidt tot andere activiteit, namelijk de sporen weer opzoeken. De geniale figuur van een Sherlock Holmes, de detective zoals die door de Engelse schrijver Conan Doyle is geschapen, staat voor iemand die sporen ontdekt –en daar conclusies aanverbindt – iemand die ons elke keer verbluft doet staan omdat hij dingen (=sporen) ziet die iemand anders heeft kunnen opmerken.

Verder kunnen we, vooral in regiems zoals Stalinistische, de praktijk van het herschrijven van de geschiedenis – wat onder meer tot gevolg had dat foto’s werden geretoucheerd: plots is een bepaald (want in ongenade gevallen) persoon van de foto verdwenen. Ook dar gaat het om het uitwissen van sporen.

Over foto’s gesproken: vrijwel alle romans van de franse schrijver Patrick Mondiano hebben als basis een oude (natuurlijk vergeelde) foto waarop de hoofdpersoon iemand herkent, terwijl de anderen daar omheen onbekend zijn en hem aanzet tot een speurtocht naar een onbekend verleden.

Dat sporen per definitie onvolledig zijn komt ook voor in de betekenis van minieme, nauwelijks op te merken aanwezigheid. Niet zelden is ook hier weer het vermoeden van misdaad in het spel – bijvoorbeeld sporen van vergif (en moet er een analyse in een laboratorium aan te pas komen). Scherper gezegd: het vermoeden leidt tot het z o e k e n van sporen. Maar zo geformuleerd is het duidelijk dat het veel verder gaat dan alleen de misdaad, een goed deel van het wetenschappelijk onderzoek is daarop gebaseerd. Niet alleen wetenschappen als chemie of fysica maar ook de psychologie en zelfs de literaire tekstkritiek zijn bezig om via vermoedens ( soms hypothesen genoemd) sporen te volgen.

Sporen maken

Zoals boven vastgesteld is het eigenlijk onvermijdelijk dat we sporen maken – van eleke gebeurtenis of activiteit blijft wel iets over. Dat gebeurt gewoon of we dat nu willen of niet. Maar soms w i l l e n  we het ook. Dan maken we sporen op een bewuste manier. Het is goed daar nu onze aandacht op te richten.

Er bestaat het spel spoorzoeken, waarbij de door een groep uitgezette sporen door een andere groep moeten worden gezocht en gevolgd; welnu het is mogelijk dit te verbreden tot een algemene cultuurhouding. Het spel wordt dan serieus gespeeld.

De cultuurhouding bestaat dan uit het bewust aanbrengen van tekens die aangeven dat we ergens waren – op een zekere plaats ( en meestal ook op een bepaald tijdstip) of dat we een zeker parcours hebben gevolgd. We willen dan laten weten dat we daar of daar waren of dat we die of die weg hebben afgelegd. Die tekens zijn bestemd voor de anderen, het zijn communicatie-tekens – dus hopen we dat ze door anderen worden opgemerkt, dat is wel de bedoeling.

De intentie, de reikwijdte, ook het niveau kunnen dan nog heel verschillend zijn. K moet denken aan de graffiti op de vele muren in de huidige steden – voor veel mensen (ook voor mij) een regelrechte plaag, een ontsiering van de straat – en stadsbeeld; maar toch zijn het sporen, tekens van ‘ik was hier’ – ze lijken volledig anoniem, die ‘ikken’ zijn de verschillende vandalen, maar vrijwel zeker is er bij de aanbrengers onderling wel degelijk herkenning, is er sprake van handtekeningen.

Op een ander niveau zouden we kunnen spreken van creatie, noem het kunst – maar ook dan gaat het om blijk geven van een aanwezigheid en is er hoop dat ‘er iets blijft hangen’ – eigenlijk gaat het daar steeds om, laten we ons niet vergissen.

Het boeiende is nu dat we ons dat steeds bewust kunnen  maken, dat we in de wetenschap dat we altijd sporen nalaten ons met die sporen gaan bemoeien, dus de kwaliteit daarvan in ogenschouw nemen. Nooit kan alles bewaart worden, na een korte tijd of langere tijd blijven fragmenten over, na nog langere tijd worden het sporen die verwijzen naar wat eens aanwezig was.

Gebouwen bijvoorbeeld hebben ook geen eeuwig leven, ze worden afgebroken of anders worden het ruines. Meestal nemen andere gebouwen hun plaats in en vaal zijn de eerste dan spoorloos verdwenen, totdat ook dat gebouw weer verdwijnt en een archeoloog de tijd krijgt in de dan ontstane bouwput de resten van de voorgangers te ontdekken en via die sporen de geschiedenis van de plek te achterhalen. Maar ook hier kan men er bewust mee omgaan, zoals bijvoorbeeld de Antwerpse architect Bob van Reeth, die hoopt dat zijn gebouwen intelligente ruines’ zullen opleveren. Opnieuw sporen maar die kunnen worden opgenomen om dar verder op door te kunnen bouwen, naar de behoefte van de nieuwe tijd die dan is aangebroken. We kunnen niet leven zonder een verleden, het heden moet daar zijn voeding in vinden om tenslotte voor een toekomst te zorgen – de vele sporen naar de vroegere aanwezigheid zijn er om te volgen, om er achter te komen. Maar als dat waar is , hebben we nu ook de plicht voor nieuwe sporen te zorgen voor de komende generaties. Het leven gaat door, eindigt niet met het einde van een eeuw (dat natuurlijk een buitengewoon willekeurige tijdsbepaling is).

Ter afsluiting

Sporen zijn tekens van aanwezigheid. Ze verwijzen naar iets wat gebeurd is en dat gebeuren kan veroorzaakt zijn door mensen, dieren, natuurverschijnselen (storm, aardbeving). Wat ons het meest interesseert zijn vrijwel altijd de sporen van de menselijke aanwezigheid; dan kan het gaan om culturen, beschavingen die zijn verdwenen, maar ook om individuen die ergens waren en nu schijnbaar spoorloos verdwenen zijn (en dat levert dan weer een formule voor een televisieprogramma op).

Sporen kunnen wijzen op nalatigheid – aanwezigheid die eigenlijk niet opgemerkt zou moeten worden, dus bijvoorbeeld vervuiling – het heet dan ‘hou de natuur schoon’- maar nee, mensen laten rotzooi achter, blikjes, lege flessen, papier enzovoort. Of, helaas, op grotere schaal: vervuiling van hele gebieden, meren, rivieren, bruinkoolgroeves van onmetelijke omvang.

Sporen kunnen ook wijzen op een positieve aanwezigheid, op boeiende  rijke culturen – ook moeten de sporen ons doen raden, maar alleen al de sporen kunnen ons n verrukking brengen ( en onze fantasie op hol). Minieme aanwijzingen doen soms wonderen: hele werelden kunnen worden herschapen op grond van wat opeen plek wordt aangetroffen. Is of was dit een pad? Zo ja, waar leidt of leidde het dan toe?

En, tenslotte en nogmaals, als we zelf niet spoorloos willen verdwijnen, moeten we ons bezighouden met de sporen die we achterlaten. Dan worden et sporen die we w i l l e n achterlaten. Dat we ze maken is onvermijdelijk, mar de vorm en de kwaliteit kan een kwestie zijn van zorg. Onze aanwezigheid is een voortgaan op wat wij aantroffen, precies zo is dat voor de volgende generatie met onze ‘sporen’.

Willem Koerse

juli 1995 | Ferme

dvda 2012 – The belly of an architect

Geplaatst op 20 juni, 2012 in dvda 2012, Inspiratie door Alcuin

Het zal ergens in ’89-’90 geweest zijn dat ik kennis maakte met de muziek van Wim Mertens.  Ik werkte aan het maken van presentatiesets o.a. van de Heilige Maagd op het kantoor van de architect Onno-Greiner / Martien van Goor Architecten BV te Amsterdam.

Bart Mispelblom Beyer was de projectarchitect  van de  verbouwing van de kerk in Bergen op Zoom tot theater. Hij bleef de muziek draaien, opnieuw en opnieuw… De muziek is filmmuziek gecomponeerd voor de film ‘The belly of an Architect’.

Later zag ik de film, waarbij vooral de openingsscène een onuitwisbaar beeld heeft achter gelaten. In de film verandert de rol van de muziek. Er blijft herkenning, maar meer fractioneel.

In mijn werk sta ik open voor informatie vanuit andere vakgebieden. Vanuit dit principe van ‘crossing-borders’ onderzoek ik de mogelijkheden van architectuur in films. Hierbij geinspireerd door de programmatie bij BAi en het AFFR. 

Vanuit het thema voor de Dag van de Architectuur; Architectuur & Voedsel maakte ik de link terug naar de film.

Combine

Geplaatst op 15 juni, 2012 in dvda 2012 door Alcuin

De combine is een rijdende tuin en als ruimtelijk object zou zij prachtig aansluiten op het thema. Ik lonkte naar haar, omdat zij een mooie passende verbeelding was van het crossing-border principe. 

Het crossing-border bestaat voor mij uit de inspiratie, die ontstaat uit het kijken en combineren van kennis en kunde uit andere vakgebieden. Architectuur heeft voor mij ook een culturele component, die voor mij verbindingen maakt met dans, muziek, beeldende kunst, filosofie en levenskunst.

Het is niet gelukt haar te verleiden tot een kort bezoek aan ons werkhuis. Je vindt haar op de  Stadsboerderij de Weidemolen. 

Vedute – ruimtelijke manuscripten

Geplaatst op 15 april, 2012 in Inspiratie door Alcuin

 

 

 

beeld  DE STEEN van Rob Bloem, Peter de Rijk – Ruimtelijk Ontwerper
Deelcollectie: Verhalende steden

Bij het opruimen kwam ik materiaal tegen van Vedute. Destijds een mooi project, waarvan het delen/kennisnemen nog steeds de moeite waard is. 

Vedute (1991) is opgericht met als doel ‘een bibliotheek van ruimtelijke manuscripten’ op te bouwen: een verzameling driedimensionale objecten die als gevisualiseerde gedachten het begrip ruimte zichtbaar en toegankelijk maken.
Vedute nodigt kunstenaars, vormgevers, architecten en personen werkzaam in andere disciplines uit hun persoonlijke opvattingen over ruimte te verbeelden in een driedimensionaal werk dat in gesloten vorm 44 x 32 x 7 cm meet. Anders dan boeken, geven ruimtelijke manuscripten hun inhoud vooral prijs door het beeld te laten spreken. Sommige zijn direct te verstaan, andere laten zich letterlijk stap voor stap beschouwen; de variëteit aan mogelijkheden lijkt onuitputtelijk.
Door het onderbrengen en uitdragen van de op deze manier tot stand gekomen werken wil Vedute nieuwe impulsen geven aan het denken en de discussie over ruimte en architectuur. Naast individuele aanwinsten, ontstaan deelcollecties in het kader van thema-projecten zoals ‘De Stadsbibliotheek van de Zintuigen’ (1995), ‘The Written versus the Constructed’ (1997), ‘Kleur & Ruimte’ (1998), ‘00:00 Tijd & Dualiteit’ (1999/2000) en ‘Acoustic Architecture-Architectural Acoustics’ (1999/2000).
De collectie van Vedute is als langdurig bruikleen ondergebracht bij het Nederlands Architectuur Instituut te Rotterdam. In de studiezaal van de bibliotheek van Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam is met enige regelmaat een aantal manuscripten tentoongesteld. Bovendien organiseert het museum regelmatig bijeenkomsten waar toelichting wordt gegeven op een aantal manuscripten.

Grenzen verkennen

Geplaatst op 4 augustus, 2010 in Blog Spacemakers.nl, Perskamer door Alcuin

In het NRC van 02 augustus las ik het artikel Langs de Grens. Een reeks zomer artikelen waarin de correspondenten langs een grens – een echte, een culturele, een historische of een denkbeeldige – in hun gebied reizen. Dit artikel ging over de grens tussen het departement Bretagne en het departement Loire-Atlantique.

In het artikel werd er een cruciale vraag gesteld die mij raakte: Wat is een grens?
De ‘Marken van Bretagne’ vormde een strook van 300 kilometer historisch niemandsland van de Mont Saint Michel in Normandie tot het Ile de Noir-Moutier onder Nantes. Tussen de negende en de vijftiende eeuw werden in de streek veel vestingen gebouwd door de heren van het onafhankelijke hertogdom Bretagne en het Franse koninkrijk. Zo ontstond een bufferzone van zo’n 20 kilometer grijs gebied die de vergeten grens vormt tussen Bretagne en Frankrijk.

De grens is dus niet een scherpe dunne lijn. Op basis van dit artikel haalde ik het boekje MAssa van Tangram Architecten uit de kast. Een boekje dat juist over deze zone gaat; MA

Het Japanse begrip MA betekent zoveel als ‘de betekenisvolle lege ruimte’.Het begrip geeft het inzicht in de kracht die de interval tussen twee momenten, in ruimte en tijd, kan hebben.
MA is de pauze tussen twee muzieknoten die het ritme en de intensiteit van een muziekstuk bepaalt, de dramatische stilte die de verteller kan laten vallen tussen twee woorden. In de Architectuur kan het de ruimte zijn tussen twee of meer gebouwen of de overgang van binnen naar buiten. Net als de bufferzone in Bretagne gaat het hier over de betekenis van deze tussenruimte. Hoort het bij binnen of buiten? Juist in deze ruimte krijgen het gebouw, de gebruiker en de omgeving hun betekenis.

In deze zone gaat het bijvoorbeeld over de verandering van privé naar publiek en vice versa. De ruimte verandert van een open ruimte naar een begrensde ruimte, een gebouw. Ruimte en gebouwen zijn echter niet elkaars tegengestelde of contravorm. Zij laten zich door elkaars aanwezigheid begrijpen en interpreteren met elk hun eigen dimensie. De niet-bebouwde ruimte op het diffuse grensvlak van architectuur en stedenbouw is niet willekeurig, maar een betekenisvolle ruimte, die net als de gebouwde omgeving een ontwerpopgave is.

De kwaliteit van de openbare ruimte wordt sterk beïnvloed door de omhullende massa’s, hun maten en verhoudingen in relatie tot de ‘lege’ stedelijke ruimte. De wisselwerking tussen massa en niet-massa bepalen de kwaliteit en identiteit van de openbare ruimte.

Het verkennen van grenzen lijkt tot interessante bevindingen te leiden. Allen rationele grenzen zijn lijnen. Andere grenzen hebben altijd die speling van tussenruimte, die door ‘zachte’ aspecten als bevinding, zienswijze en context bepaald worden. Er is dus meer ruimte als dat je denkt. Onderzoeken van de grenzen heeft dus direct te maken met het zoeken en onderzoeken van ruimte. En ligt daar niet ons werkveld?

Ook in Bretagne is de niet gedefinieerde ruimte, de lege ruimte de spannende, historisch interessante ruimte tussen twee gebieden. In dit gebied leren we over de wortels van de Bretonse identiteit. De lokale tentoonstelling ‘De Marken van Bretagne’ lijkt mij in deze context dan ook het bezoeken waard.

Ithaka (Kavafis)

Geplaatst op 21 maart, 2010 in Inspiratie, La Scuola | Academie voor levenskunst, Perskamer door Alcuin

Ithaka

Als je de tocht aanvaardt naar Ithaka,

wens dat de weg dan lang mag zijn, 

vol avonturen, vol ervaring

De Laestrygonen en de Cyclopen, 

de toornige Poseidon moet je niet vrezen, 

zulke wezens zul je nooit vinden op je weg 

als je denken hoog blijft, als een uitgelezen 

bewogenheid je lichaam en je geest bezielt 

De Laestrygonen en de Cyclopen. 

de woeste Poseidon zul je niet ontmoeten. 

als je ze niet met je meedraagt in je ziel, 

als je ziel ze niet voor je ogen plaatst.

 

Smeek dat je weg heel lang mag zijn. 

Dat er veel zomerse morgens zullen zijn 

waarop je met wat een voldoening, wat een vreugde

zult binnengaan in voor het eerst aanschouwde havens;

en dat je mag vertoeven in Phoenicische stapelplaatsen, 

en daar goede waren kopen kunt,

parelmoer en koralen, amber en ebbehout, 

en zinnestrelende parfums van elk soort, 

zo overvloedig als je kunt zinnestrelende parfums 

en dat je naar veel steden in Egypte gaan moogt 

om te leren en te leren van de wijzen. 

 

Houd altijd Ithaka in je gedachten

Daar aan te komen dat is je bestemming. 

Maar overhaast de reis volstrekt niet.

Beter dat die vele jaren duren zal,

en dat je, oud al, landen zult op het eiland,

rijk met alles wat je onderweg hebt gewonnen. 

niet verwachtend dat Ithaka je rijkdom geven zal.

Ithaka schonk je de mooie reis. 

Zonder dat eiland was je niet op weg gegaan. 

Verder heeft het je niets meer te geven.

 

En als je het armelijk vindt, Ithaka misleidde je niet. 

Zo wijs als je bent geworden, met zoveel ervaring 

zul je al begrepen hebben wat Ithaka’s betekenen.

Tijd

Geplaatst op 5 januari, 2010 in Blog Spacemakers.nl, Perskamer door Alcuin

Tijd

de tijd tikt

de uren van de klok

tikt de ruiten

van je rok

roept de kippen

op de stok…

De eerste weblog van dit jaar staat natuurlijk in het teken van de tijd.

De vroeg-griekse filosofen zochten naar de oerbeginselen van het bestaan: De Archai, de oergrond van alles, het wezen der dingen. Zij probeerden met het mythologische begrippenmateriaal, waarvan zij de erfgenamen waren, te komen tot het abstractere wereldbeeld, waarop de latere westerse beschaving berust. Dat begint met de zogenaamde Orphici, die van drie principes uitgingen: Zeus, Chronos en Chaos. Daarin is Zeus de (wereld)ruimte, maar ook de natuur in haar algemeenheid. Chronos is het vuur dat de wereldsubstantie verbrandt: de tijd. En Chaos (ook wel Chton) is dan die wereldsubstantie, de materie.

Eerder schreef ik over ruimte en plaats. Gezien het moment sta ik nu even stil bij Chronos, Tijd. En dan natuurlijk Tijd als ‘architectonisch’ thema. Tijd wordt opgebruikt en heeft verandering en vergankelijkheid in zijn kielzog hangen.

In een andere weblog las ik over de verandering rond het Friese religieus erfgoed. Ja, ook hier geldt ‘In de tijd veranderen dingen’. Onroerend goed bouwen we nog steeds voor minimaal de economische periode van 50 jaar. Beter nog is de aanname van een levensduur van 100 jaar. Het leven gaat snel, maar wat doet deze opvatting met architectuur? Hierin past de discussie over solids (zie tijdschrift AWM 30). De structuur is hierbij de drager van de identiteit. De invulling is hierbij flexibel en invulbaar.

Ook planologisch begint de opvatting dat de wereld gemaakt kan worden te veranderen.

Toewijzingsplanologie verandert naar ontwikkelingsplanologie. Hierbij zijn de aanwezige (ruimtelijke) kwaliteiten het uitgangspunt van de planvorming.

Zoetermeer, een voormalige groeistad. Zoetermeer is in 25 jaar ontstaan en vormt een mooie schatkamer voor stedenbouwkundige stromingen en architectonische typologieën.

Een typisch voorbeeld van de maakbaarheid van steden. De gemaakte stad heeft echter ook nadelen. De stad lijdt onder de tijd en het kunnen meebewegen op verandering. Zo is de diversiteit van het gebouwde beperkt. De producten zijn in (te) grote getallen op het standaard gezin afgestemd. Een grijze golf/vergrijzing wordt hier niet door opgevangen. Ook veranderingen in de tijd, zoals het ontstaan van steeds meer een-ouder-gezinnen vindt in de bestaande voorraad geen adequaat antwoord. De producten zijn daarbij te weinig flexibel. Sloop staat daarbij eerder op de agenda dan aanpassingen. Grote delen van de wijken bevinden zich in dezelfde levensfase. Een risico naar de nabije toekomst, maar tegelijk een uitdaging voor ons vakgebied en opdrachtgevers.

De tijd van de groeisteden lijkt voorbij. Het fenomeen krimp doet zijn intreden. De geboortegolf van na de oorlog is ondertussen op de pensioenleeftijd gekomen. Hoe gaat deze groep de komende tijd met zijn huisvesting om? Waar wonen ze? Wat doen ze verder?

Ook de CIAM gedachte van de scheiding van functies lijkt aan erosie onderhevig. De scheiding heeft veel mobiliteit tot gevolg. Overdag ‘lege wijken’ en volle bedrijfsterreinen en ’s avonds andersom. Lange files tijdens de spitstijden zijn hiervan het gevolg. Is dit kwalitatief leven? Efficiënt is het in ieder geval niet.

De digitale wereld maakt het mogelijk om schoner te werken en is steeds meer plaats onafhankelijk. Op basis hiervan zullen in de tijd de werkuren kunnen veranderen. Prestatieafspraken leggen een ander soort verantwoordelijkheid bij de werknemer. Gebouwen die het kwalitatief wonen en werken combineren moeten op deze manier van werken gaan aansluiten. Ontmoetingsplaatsen, goed bereikbaar, zowel publiek als privaat, gaan veel van de kantoorfuncties vervangen en faciliteren het nieuwe werken. Door hun randvoorwaarden zijn deze functie vaak in stedelijke gebieden gesitueerd. De tijd van de grote kolossale bedrijfsvoering gaat door deze manier van werken veranderen. Het nieuwe werken gebeurt in mijn visie in netwerkstructuren. Deze structuren maken het mogelijk om kwalitatieve gelegenheidscombinaties te maken (zie Kei-publicatie N14 Vernieuwen tussen chaos en orde).

Als ik de blog teruglees realiseer ik mij weer de verstrengeling tussen maatschappelijke en culturele ontwikkelingen en Architectuur.