Vier!

Geplaatst op 30th January, 2011 in Blog Spacemakers.nl door Alcuin

Ook deze week had een paar mooie zonnige dagen. De winterzon werpt echter nog lange schaduwen. Week 4! Het getal 4 is in de numerologie de stabiliteit en staat voor vaste vormen en structuur. Het getal vier schept orde. In de Decemberserie haalde ik het ook aan. De schaduwzijde van orde en vastigheid is dat de beweging en dynamiek verstarren. Winterlicht en lange schaduwen. Wat gebeurd er in de schaduw? Een mooi thema om een moment bij stil te staan en te overdenken.

Samenhangend a.u.b

Geplaatst op 17th October, 2010 in Blog Spacemakers.nl, Perskamer door Alcuin

Nerveuze jazz, Experimenteel toneel, onbegrijpelijke avant-garde kunst. En moderne piepknor natuurlijk… zo begint het artikel in de VK van afgelopen vrijdag. De kunstredactie maakt een aparte bijlage over de betekenis van de kunsten. De kunsten liggen immers onder vuur. Of liever de subsidies voor de kunsten en… de kunst heeft haar verdediging niet op orde.
Architectuur heeft voor mij een hele duidelijke culturele component. Veel inspiratie wordt uit naastgelegen disciplines gehaald. Dus ik voel mij geraakt als over dit soort bezuinigingen gesproken wordt. Overwegingen zijn vaak van economische aard; kosten vs baten. Als de kosten inzichtelijk te maken zijn, zijn de baten dat zeker niet.

De bijlage in de VK maakt het mij wel heel duidelijk Kunst is niet alleen elitair. Kunst is van waarde omdat het kan ontroeren, troosten, verontrusten, je aan het lachen maken, woede kan ontlokken – je genadeloos kan raken. Kunst is van belang!
Ik onderschrijf dat. Je zou het kunnen vergelijken met de rearch-afdeling van het bedrijf Nederland. En ja, er komen ook producten uit die onderzoek en experimenteerfunctie, die in productie genomen worden of tot productie leiden. Of… andere op ideeën brengen. Ook in een bedrijf wordt in de researchafdeling vaak als eerste gesneden. Kun je als bedrijf zonder?

Bij de voorgestelde bezuinigingen is het goed om het gehele speelveld te overzien.
Kunst, creativiteit en cultuur hangen nauw samen en zijn meer dan de optelsom van zichzelf. Ze zijn essentieel voor menselijke, maatschappelijke en economisch ontwikkeling.

Vanuit het vakgebied kijk ik naar de samenhang met de economisch ontwikkeling. Nederland heeft in belangrijke mate een kenniseconomie. In die kenniseconomie heeft de creatieve klasse zoals Florida hem definieert een belangrijke rol. Na het succes van Richard Florida’s boek The rise of the creative class verscheen in 2005 het vervolg; The Flight of The Creative Class. De betekenis van flight is tweeledig, aldus Florida. De creatieve klasse neemt niet alleen een vlucht in omvang, zij slaat ook letterlijk op de vlucht. Namelijk wanneer tolerantie en diversiteit bedreigd worden. Juist de kunstenaar neemt dit soort veranderingen waar en maakt ze onderdeel van zijn werk. Dat maakt kunst moeilijk. Maar dat mag ook, als degene die er moeite voor doet daarvoor wordt beloond. Het heeft een functie.

In de Verenigde Staten is de openheid naar minderheden en buitenstaanders drastisch afgenomen, met als gevolg dat daar de creatieve klasse vertrekt naar meer open landen als Canada of Australië. De creatieve klasse zoekt immers niet alleen een uitdagende baan, maar ook tolerante, levendige communities. Zij is buitengewoon mobiel en bereid te verkassen in de zoektocht naar de ideale sociale, culturele en economische kansen.
Amsterdam met zijn rijke culturele leven staat niet voor niets zo hoog op de ranglijst voor steden met een gewild vestigingsklimaat. De botte bijl waarmee het nieuwe kabinet wil snoeien in de subsidies voor kunst en cultuur heeft in deze context dus een enorme economisch impact. Sterker nog het korten in deze sector heeft ‘verstrekkende gevolgen’ voor de gehele samenleving.
Bezint, eer gij begint!

Troisièmes places

Geplaatst op 7th September, 2010 in Blog Spacemakers.nl, Perskamer door Alcuin

Mijn maandelijkse weblog op spacemakers.nl

Third places of te wel de derde plaats is een term die gebruikt wordt in het concept van community building. Men maakt hierbij een onderscheid met de twee gebruikelijke sociale omgevingen van thuis en de werkplek. In zijn invloedrijke boek The Great Good Place stelt de auteur Ray Oldenburg (1989, 1991)dat de derde plaatsen van belang zijn voor het maatschappelijk middenveld, democratie, maatschappelijk engagement, en tot vaststelling van een beleving van een gevoel van plaats.
De ” eerste plaats ” is het huis en betreft het privé gebied van mensen . De ” tweede plaats ” is de werkplek – waar mensen het meeste van hun tijd doorbrengen. Derde plaatsen zijn vervolgens de ” ankers ” van het gemeenschappelijk leven; openbare plaatsen. Het zijn de plaatsen, die een bredere en meer creatieve interactie bevorderen en vergemakkelijken. Samenlevingen hebben van oudsher dit soort informele ontmoetingsplaatsen. Ook heden ten dage blijken deze plekken van vitaal belang voor de huidige maatschappelijke behoeften. Oldenburg beschrijft ook de kenmerken van een echte ” derde plaats ” : gratis of goedkoop, eten en drinken zijn niet essentieel,. Wel belangrijk is de toegankelijk, bereikbaarheid/korte loopafstanden en betrokken ‘stamgasten’ – degenen die daar gewoonlijk samenkomen cq. culturele zetting. Verder moet de ambiance uitnodigen en een mate van comfort hebben.

Third Places zijn ook de locaties die in aanmerking komen voor het nieuwe werken. Het nieuwe werken voegt drie essentiële elementen toe aan de kenmerken van Oldenburg: locatie, digitaal en sociaal
1. locatie: door technologische en digitale toepassingen is de vaste werkplek voor de kenniswerker niet meer vanzelfsprekend. Het is namelijk mogelijk om overal te werken: thuis, in een café, sportclub of zelfs op het strand. De hele stad kan dus dienen als kantoor. Waar je gaat werken hangt af van hoe aantrekkelijk of toegankelijk een locatie is.
2. digitaal: laptops, mobiele telefoons, email, applicaties, sociale netwerksites; dus hardware en software. Zonder al deze producten zou het nieuwe werken niet zo’n vlucht hebben kunnen nemen. Programma’s en apparaten waarmee je altijd en overal toegang hebt tot je werk. Deze digitale component is onlosmakelijk verbonden met het nieuwe werken en zou op meer “derde plaatsen” aangeboden kunnen worden.
3. sociaal: door het nieuwe werken komen mensen uit verschillende (beroeps)groepen makkelijker met elkaar in contact. Juist omdat de ontwikkeling van flexibel werken niet alleen voor zelfstandig ondernemers is weggelegd. Ook binnen de overheid en grote organisaties werken de medewerkers steeds flexibeler. Door de nieuwe contacten wordt informatie uitgewisseld, weer nieuwe connecties gelegd en ontstaan er nieuwe samenwerkingsvormen.

Naar zeggen schijnen alle MacDonalds in Frankrijk WiFi aan te bieden. Na drie positieve ervaringen kan ik bij het reizen door Frankrijk de MacDonald als ‘third place’ aanbevelen. Het ouderwetse internetcafé lijkt het niet gehaald te hebben. We hebben hem ook in de grotere plaatsen niet kunnen vinden. Nu kan dat natuurlijk aan onze taalvaardigheid liggen. Zeker ligt het aan de beperkte bekendheid van de accommodaties bij het vragen naar de weg.

Dit is een bekend fenomeen bij gebiedsontwikkeling. Er is een programma, leuke tenten, interessante winkeltjes maar niemand weet het. We hebben het dan eigenlijk over marketing. Bekendheid met het product dat aangeboden wordt en de plaats waar het te vinden. Het hebben van programma is immers nog geen garantie voor het genereren van ‘traffic’. Eerst bij de aanwezigheid van passanten kan het programma onderdeel tot bloei komen.

Als ik in Frankrijk ben verbaas ik mij in die context altijd over dat bijna ieder respectabel dorpje een eigen bakkertje heeft . En dan ook nog een Boulangerie, die zeven dagen in de week vers brood heeft. Ook heeft bijna ieder dorp een eigen Boucherie met een geweldig assortiment aan lokale vleeswaren. Hier lijkt ‘traffic’ geen item. Hoewel… het brood is op het eind van de middag toch ook op. Het kan haast niet anders of de vaste lasten post/huisvestingskosten voor dit soort winkels ontbreekt of is laag. De arbeid (bakken van brood) wordt daarbij bijna direct omgezet in omzet door het verkopen van het brood.

In Aurillac (de hoofdstad van de Cantal) loop ik een winkeltje in waar een kunstenaar zijn werk verkoopt. Ook hier kunnen de huisvestingskosten niet erg drukken op het resultaat. Het oude centrum bevindt zich in het begin van een nieuwe levenscyclus. Vroeger was de stad een handelspunt. De gerechtsbank levert met zijn ambtelijke bezetting nu een basis voor stedelijke activiteiten. De terrassen van de restaurantjes rond het gebouw zijn rond de lunchtijd goed bezet. In het oude centrum is er veel vergane glorie in de vorm van kleine hotels, herbergen, die getuigen van een rijkere tijd. Delen van de nauwe straatjes zijn nog voorzien van terrazzo afwerking en kleuren een nieuwe ambiance. Kunstenaars, galeries en exclusieve winkels pakken de nieuwe levenscyclus op. De lage huisvestingskosten en het alternatieve karakter zijn de drijfveren. Ook hier is bekendheid van dit karakter belangrijk om in de vervolgfase van de levenscyclus te komen. Dus vertel het voort!

Grenzen verkennen

Geplaatst op 4th August, 2010 in Blog Spacemakers.nl, Perskamer door Alcuin

In het NRC van 02 augustus las ik het artikel Langs de Grens. Een reeks zomer artikelen waarin de correspondenten langs een grens – een echte, een culturele, een historische of een denkbeeldige – in hun gebied reizen. Dit artikel ging over de grens tussen het departement Bretagne en het departement Loire-Atlantique.

In het artikel werd er een cruciale vraag gesteld die mij raakte: Wat is een grens?
De ‘Marken van Bretagne’ vormde een strook van 300 kilometer historisch niemandsland van de Mont Saint Michel in Normandie tot het Ile de Noir-Moutier onder Nantes. Tussen de negende en de vijftiende eeuw werden in de streek veel vestingen gebouwd door de heren van het onafhankelijke hertogdom Bretagne en het Franse koninkrijk. Zo ontstond een bufferzone van zo’n 20 kilometer grijs gebied die de vergeten grens vormt tussen Bretagne en Frankrijk.

De grens is dus niet een scherpe dunne lijn. Op basis van dit artikel haalde ik het boekje MAssa van Tangram Architecten uit de kast. Een boekje dat juist over deze zone gaat; MA

Het Japanse begrip MA betekent zoveel als ‘de betekenisvolle lege ruimte’.Het begrip geeft het inzicht in de kracht die de interval tussen twee momenten, in ruimte en tijd, kan hebben.
MA is de pauze tussen twee muzieknoten die het ritme en de intensiteit van een muziekstuk bepaalt, de dramatische stilte die de verteller kan laten vallen tussen twee woorden. In de Architectuur kan het de ruimte zijn tussen twee of meer gebouwen of de overgang van binnen naar buiten. Net als de bufferzone in Bretagne gaat het hier over de betekenis van deze tussenruimte. Hoort het bij binnen of buiten? Juist in deze ruimte krijgen het gebouw, de gebruiker en de omgeving hun betekenis.

In deze zone gaat het bijvoorbeeld over de verandering van privé naar publiek en vice versa. De ruimte verandert van een open ruimte naar een begrensde ruimte, een gebouw. Ruimte en gebouwen zijn echter niet elkaars tegengestelde of contravorm. Zij laten zich door elkaars aanwezigheid begrijpen en interpreteren met elk hun eigen dimensie. De niet-bebouwde ruimte op het diffuse grensvlak van architectuur en stedenbouw is niet willekeurig, maar een betekenisvolle ruimte, die net als de gebouwde omgeving een ontwerpopgave is.

De kwaliteit van de openbare ruimte wordt sterk beïnvloed door de omhullende massa’s, hun maten en verhoudingen in relatie tot de ‘lege’ stedelijke ruimte. De wisselwerking tussen massa en niet-massa bepalen de kwaliteit en identiteit van de openbare ruimte.

Het verkennen van grenzen lijkt tot interessante bevindingen te leiden. Allen rationele grenzen zijn lijnen. Andere grenzen hebben altijd die speling van tussenruimte, die door ‘zachte’ aspecten als bevinding, zienswijze en context bepaald worden. Er is dus meer ruimte als dat je denkt. Onderzoeken van de grenzen heeft dus direct te maken met het zoeken en onderzoeken van ruimte. En ligt daar niet ons werkveld?

Ook in Bretagne is de niet gedefinieerde ruimte, de lege ruimte de spannende, historisch interessante ruimte tussen twee gebieden. In dit gebied leren we over de wortels van de Bretonse identiteit. De lokale tentoonstelling ‘De Marken van Bretagne’ lijkt mij in deze context dan ook het bezoeken waard.

Kleur bekennen

Geplaatst op 12th April, 2010 in Blog Spacemakers.nl, Inspiratie, Perskamer door Alcuin

maandag, 12 april 2010, 15:11 – Door: Alcuin Olthof architect | conceptontwikkelaar
De afgelopen maand bezocht ik twee lezingen waar kleur de boventoon voerde. De kennis van kleur een daarmee ook het gebruik van kleur bleek bij mij te latent aanwezig. In beide lezingenreeksen kwam de kracht van kleur naar voren. Waar kracht is kan je door het niet onderkennen van die kracht de plank ook goed misslaan. Het gebruik van kleur in architectuur kan daarmee vergaande gevolgen hebben.

Met de lezing ‘Kleur en Licht’, georganiseerd door SPIN (www.spinrotterdam.nl) ontstond een eerste bewustwording. In de waarneming van kleur zitten een aantal wetmatigheden. Het nabeeld is daar een goed voorbeeld van. Bij het intensief eerst naar een gekleurd vlak kijken ontstaat bij het vervolgens naar een witvlak kijken een vlak in de complementaire kleur; het nabeeld. In de lezing werden vervolgens begrippen als kleurtoon, helderheid, lichtreflectie en verzadiging aangetipt.
In de praktijk ervaren we dat kleur zich afhankelijk gedraagt van het materiaal. De in het werk geschilderde deur lijkt een andere kleur te hebben als de aluminiumbeplating in de zelfde standaard RAL kleur. Voor het eenduidig kunnen duiden van kleur is er het NCS – Het Natural Colour ®© (www.ncskleuren.nl). Het NCS is een logisch kleurnotatie systeem dat voortbouwt op hoe het menselijke wezen daadwerkelijk kleur ziet. Een notatie vertegenwoordigt een specifieke kleur percept en beschrijft de kleur visueel. Het is niet afhankelijk van beperkingen die door pigment, lichtstralen of zenuwsignalen worden veroorzaakt dat tot deze waarneming hebben geleid. Het NCS Educatief Materiaal biedt een unieke kans om met nauwkeurige kleuren /kleurstalen te werken. In een zorgvuldig geplande opeenvolging van interessante processen, leidt het studiemateriaal het oog op om similariteit en verschillen onder kleuren te erkennen. Dit ontwikkelt de vaardigheden die nodig zijn om de eigenschappen van kleuren te schikken, systematisch te beschrijven en te communiceren gebruikend maken van woorden en symbolen waarbij het oog de ‘ sorterende machine ‘ wordt. De nadruk ligt bij het waarnemen van de kleuren en bij het kunnen beschrijven wat je ziet.
In de lezingenreeks werd vervolgens kleur gekoppeld aan licht. Daglicht is opgebouwd uit de verschillende kleuren van het spectrum. Bij kunstlicht kan een keuze gemaakt worden uit een weergave van dat spectrum. Het bijbehorende begrip is kleurtemperatuur. We praten over koud licht of warmlicht. De bijbehorende kleuren zijn blauw en geel. Deze kleuren hebben vervolgens een bijbehorende gevoelswaarde. Luminantie (lux) is de contrastwaarde. De keuze in deze waarde is afhankelijk van de werkzaamheden. Regulier kantoorwerk heeft een waarde tussen de 300-500 lux, precisiewerk gaat naar 1000 lux.
Het derde deel van de reeks ging over daglicht. Daglicht beslaat het volledige spectrum. Zichtbaar licht maar ook ultraviolet en infrarood met zijn warmtewerking. Bij gebouwen vindt de warmte wering het meest effectief aan de buitenzijde van het gebouw plaats. Met screens kan vervolgens de toetreding van daglicht geregeld worden en daarmee het visueel comfort bepaald. Comfort wordt bepaald door de parameters regelbaar en reflectie. Na het geprikkeld worden in deze lezing was de lezing van de BNA-kring Haaglanden een logisch vervolg.
Jan de Boon (www.dewerkplaatsgsb.nl) hielt een inspirerende voordracht over de kleurenleer van Goethe en zijn manier van werken hiermee. Jan de Boon werkt vanuit een antroposofische achtergrond als architect en schilder.
Goethe heeft een uitvoerige kleurenleer ontwikkeld waarbij hij zich onder andere richtte op de betekenis van kleur in bovenzintuiglijke zin. Hij onderzocht waar iedere kleur in de meest elementaire vorm vandaan kwam en stootte op een aantal oerfenomenen die je in de natuur kunt waarnemen. Zo vond hij de oer-polariteit van licht en duister. Deze polariteit vertaalde Goethe weer naar de lichte geelachtige, warme kleuren en de koele kleuren zoals blauw. Wanneer je door middel van kleuren evenwicht wilt scheppen, zul je altijd in deze polariteiten moeten werken.
In zijn werk is Jan de Boon op zoek naar evenwicht en beweging. De manier waarop hij in een ruimte met kleur bezig zijn, heeft te maken met het aanspreken van het denken, voelen en willen van de mens; spreekt dus de hele innerlijke mens aan. Waar het denken en willen vooral door de architectuur worden aangesproken, kan het gebied waar die twee samen komen, het gevoelsgebied, vooral door het ‘kleuren’ worden aangesproken. Hij probeert een ruimte, door middel van kleur, te vullen met een stemming en dat leidt dan tot iets waar je zelf in staat – niet tot iets als een schilderij waar je als toeschouwer naar kunt kijken. De schilderkunst wordt ruimtelijk en in het leven van de mens die van die ruimte gebruik maakt geïntegreerd.
Het proces kan ontstaan omdat hij niet een blik verf met een kleurnummer open trekt maar de kleuren zelf en ter plekke maakt. Dat kunstzinnige proces is eigen aan de gebruikte glaceertechniek die hij gebruikt. Glaceertechniek is een techniek waarbij transparante lagen over elkaar heen worden aanbracht. Iedere laag kan anders zijn, kan bijgesteld worden, biedt ruimte aan verrassende combinaties en geeft een effect van levendigheid. Er ontstaat niet een eenduidige kleur, maar een resultaat van vele nuances, een kleurenwereld. Wie in zo’n ruimte woont, werkt of leeft kan de rijkdom van de kleuropbouw ervaren.
Het levendige zit volgens Jan de Boon in het proces waarin hij tot de kleur komt, maar het resultaat van dit proces brengt in zekere zin ook leven in het gebouw. De kleur vindt weerklank in de mens die in die ruimte leeft. Er ontstaat daadwerkelijk een bepaalde stemming en een kleur die het dagelijks leven omgeeft. Niet opdringerig maar fijn afgestemd met accenten die het leven dynamiek kunnen geven.
Als je kijkt naar de invloed van kleur op het lichaam, blijkt uit onderzoek zelfs dat iedere kleur een ander effect heeft op bijvoorbeeld de hartslag, bloeddruk en ademhaling van de mens.
Dat kleuren onze gevoelswereld beïnvloeden zal voor iedereen herkenbaar zijn: de ene kleur roept immers een ander gevoel op dan de andere kleur. Ben je in een vrolijke bui, dan zal je geneigd zijn vrolijk gekleurde kleren aan te trekken., bijvoorbeeld in gele, oranje of roodachtige tinten. Ben je wat somber, dan zul je eerder geneigd zijn meer terughoudende kleuren te kiezen.
En dan moet ik kleur bekennen. De beide lezingen hebben mij doen realiseren dat kleur belangrijk is en dat ik mij daar onvoldoende van bewust was. Het mooie van bewust worden is dat je niet meer terug kunt. Zeker is dat ik voortaan anders met kleur om zal gaan.
Wordt vervolgd.

Space versus place

Geplaatst op 27th December, 2009 in Blog Spacemakers.nl door Alcuin

Alcuin Olthof architect | conceptontwikkelaar

Ook deze nieuwe weg begint met het nemen van een eerste stap.
Daar gaat ie…

Alweer lang geleden liep ik met een vriend in Parijs. Hoewel het voor hem niet de eerste keer was dat hij Parijs bezocht, bedankte hij mij na afloop voor de bijzondere manier waarop ik hem Parijs had laten zien. Een zekere vakdeformatie kan mij inderdaad niet ontzegd worden.

Ik ben geschoold als architect (AvBR). Maar meer nog ben ik ingesteld op beeld, nieuwsgierig en onderzoekend. De breedheid, die dit met zich meebrengt zal in deze blog zonder twijfel gaan leiden tot een karakter van “crossing borders”. Architectuur is daarbij echter steeds het kader van waaruit gerefereerd wordt.
De dagelijkse praktijk heeft ook een steeds groter interdisciplinair karakter. Ik wijd dat aan het complexer worden van de samenleving en daarmee met het complexer worden van de bouwopgave. Architectuur heeft voor mij een duidelijke culturele component en een sociale en maatschappelijke context.

Space vs Place
De naam van deze site (spacemakers) en de situatie waar ik momenteel in verkeer (a place in between jobs) leiden tot de inhoud van deze eerste blog. Het gaat dan over ruimte (space) en plaats/plek (place).

Vanuit mijn achtergrond als architect moest ik even hikken bij spacemakers. Het vormen/maken van ruimte is het domein van de architect. In tweede instantie realiseer ik mij door de complexiteit van de opgave spacemaking breder benaderd moet worden. Alleen in samenwerking lukt het nog.
Ruimte hoort voor mij bij de oerbeginselen; ruimte, tijd en materie. Het bevat een veel groter geheel als de bouwopgave.

En is het maken van een plek niet een van de oer-driften van de mens. Met het afschermen en toe eigenen van een deel van het grote geheel maak je een eigen plek. Ben jij je bewust van het vormen van je eigen territorium aan de vergadertafel? Je koffiekop, je schrijfblok, je armen op tafel… Plek gevormd!

Zonder dit te vergeten vergroten we in de context van deze weblog de plek, tot de gekozen plek waar gebouwd wordt, de situatie. Daarbij is de plek waarschijnlijk de oudste en meest verbreide karakteristiek voor architectonische objecten. De keuze daarvan gaat altijd vooraf aan het gebouwde zelf. Zelfs lang voor er werd gebouwd in de zin zoals we dat tegenwoordig bedoelen – met een zekere levensduur dus – was de keuze van de plek van levensbelang voor de rondtrekkende nomade. Is plek de statische ruimte? Heeft plek ook een derde dimensie en is plek daarmee de tijdelijke variant van ruimte?

Licht en ruimte is het gereedschap van de architect. Het vormen van ruimte is wat de architect doet. Ruimte heeft daarbij in ieder geval een derde dimensie. Een plek maak je iedere keer weer. Ruimte is er al. Als we fysiek ruimte maken halen we een deel van die grote ruimte weg. We maken het kleiner, scheiden we het af. Kun je ruimte toe-eigenen? Ruimte kun je vullen, ruimte kun je vragen en nodig hebben. Ruimte is dus groter dan de plek, meer dan je nodig hebt.

Beide hebben het karakter van maakbaarheid. Een goed ontwerp heeft in mijn beleving beide. Ruimte en plek. Een ruimte zonder plekken voelt niet prettig. In de ruimte zoek je naar de plek. Op alle schaalniveaus zit deze hiërarchische verhouding. In het landschap, de onbegrensde ruimte, zoek je de plek voor de stad, het gebouw. In de ruimte van het gebouw maak je de plekken voor koken, wonen en slapen. In de kamer zoek je de plek om te zitten, te eten. Aan de tafel kies je jou plek.

Ruimte lijkt daarbij dienstbaar aan plek. Plek is persoonlijk, ieder maakt zijn eigen keuze, zijn plek, mijn plek. Plek staat onder invloed van de individu, wordt bevochten en moet verdedigd worden. Bij mijn plek ben ik het middelpunt, ik bepaal de invloedssfeer. In ruimte is er geen middelpunt. Ik ben onderdeel van de ruimte en voor ruimtebeleving is beweging nodig.

Beweeg en beleef!